Invoering Bouwterreincertificaat (BTC) Nederland
Op 6 oktober jl. vond de introductie plaats van het ‘Bouwterreincertificaat Nederland’. Dit is een verklaring van (doorgaans) de hoofdaannemer ‘dat het bouwterrein, zoals in het certificaat omschreven, zodanig is ontworpen en aangelegd, dat de werkzaamheden met het materieel zoals in het certificaat benoemd veilig kunnen worden uitgevoerd’. Dit onderwerp was een onderdeel van de sessie over begaanbaarheid van het bouwterrein op de Funderingsdag. Sprekers waren Dennis Wondergem (Ballast Nedam Infra) en Johan van der Molen (Bureau van der Molen), beiden lid van de SBRCURnet-commissie begaanbaarheid van bouwterreinen. Op uitnodiging van de NVAF was als derde spreker Jim de Waele (Keller UK) aanwezig.

Zijn voordracht tijdens de Funderingsdag 2016 was getiteld ‘Working Platform Certificate’. In 2000 werd binnen de FPS (Federation of Piling Specialists) besloten dat er iets moest worden gedaan aan de kwaliteit van het werkterrein. De FPS hanteert strenge regels voor het lidmaatschap. Leden zijn verplicht relevante zaken te melden en moeten aan objectieve condities voldoen. Zo werd regelmatig gemeld dat ongevallen toe te schrijven waren aan de draagkracht van het terrein waardoor de stabiliteit van machines in gevaar kwam. In 2002 had men zoveel vorderingen gemaakt dat men een regeling kon introduceren nadat hiervoor steun was gevraagd aan en gekregen van de HSE (Health & Safety Executive, vergelijkbaar met onze Inspectie SZW).

Invoering in het Verenigd Koninkrijk

Voor een sluitende regeling was er behoefte aan objectieve en hanteerbare rekenregels voor de draagkracht en daarvoor moest een onafhankelijke ontwerpstandaard worden ontwikkeld. Tegelijkertijd keek men naar de wetgeving (The Construction (Design and Management) Regulations 1994 (thans 2015) en de EU Directive 92/57/EEC 1992 ‘Construction Sites Directive’). Vanaf 1 januari 2004 zouden FPS-leden geen werkzaamheden aanvangen totdat een Working Platform Certificate correct zou zijn ingevuld en overhandigd aan het lidbedrijf.

In het certificaat (in feite een verklaring) bevestigt de Principal Contractor wie het bouwterrein heeft ontworpen en dat hij aan zijn wettelijke verplichtingen voldoet. Het is begrijpelijk dat hoofdaannemers hier niet direct het voordeel van inzagen en moeite hadden met wat er op hen af kwam. Het ontwerp dient ook nog te voldoen aan richtlijn BR470, waarin de nodige rekenregels worden gegeven. Het certificaat bevat meer dan alleen een verklaring. Het zegt ook het een en ander over voetgangers (wij zouden zeggen persoonsbegaanbaarheid), taluds, de toegang tot het terrein, grondonderzoek, inspectie, onderhoud en markering. Tot zover het betoog van Jim de Waele, die hier enkele praktijkvoorbeelden aan toevoegde om te illustreren in hoeverre daadwerkelijke vooruitgang is geboekt.

De Nederlandse praktijk

De waarnemingen van de FPS-leden komen overheen met de Nederlandse praktijk. Dit wordt bevestigd in een rapportage van de Arbeidsinspectie (thans Inspectie SZW) van het Project Fundering 2009, dat 38% van de bezochte bedrijven meldde dat zij in de afgelopen acht jaar 1 tot 10 keer hebben meegemaakt dat een machine omviel. In twee van de drie situaties speelde hierbij de draagkracht van de ondergrond een rol.

De NVAF introduceerde in 2015 de Nederlandse versie van het Working Platform Certificate. Dat wil zeggen, er werd begonnen met een letterlijke vertaling en vervolgens een vertaalslag gemaakt naar de Nederlandse verhoudingen, praktijk en regelgeving. Ook in Nederland geldt de EG-richtlijn ‘Tijdelijke en Mobiele Bouwplaatsen’. In de brochure welke door de NVAF is uitgegeven worden de hier geldende wet- en andere regelgeving uitgebreid geciteerd. De brochure kan gratis worden besteld bij het secretariaat NVAF, postbus 1218, 3840 BE Harderwijk, secretariaat@nvaf.nl).

Via de EFFC (European Federation of Foundation Contractors) wordt de systematiek van het Working Platform Certificate verder verspreid en toegelicht. De verwachting is dat ook andere aangesloten landen in navolging van het Verenigd Koninkrijk tot introductie en implementatie over zullen gaan.

Ontwerp van het bouwterrein

De subtitel van de brochure van de NVAF luidt niet voor niets ‘Naar een beter ontwerp van het werkterrein voor de inzet van funderingsmachines’. Maar worden bouwterreinen in Nederland wel ontworpen en zo ja volgens welke ontwerpregels? Vanaf 2004 stond de publicatie van CUR, CROW en Arbouw 2004-1 ‘Beoordelingssysteem voor de begaanbaarheid van bouwterreinen’ ter beschikking. Deze publicatie bevatte meerdere systemen voor persoonsbegaanbaarheid, lichte voertuigen en zware voertuigen en machines. De NVAF haakt thans in op de ontwikkeling van een nieuwe SBRCURnet-richtlijn over begaanbaarheid van bouwterreinen welke deze publicatie zal vervangen. Deze richtlijn welke eind 2016 verschijnt, beperkt zich tot de berekening van de draagkracht voor de inzet van funderingsmachines op rupsen en andere machines met een hoge last zoals verticale drainage. De ontwerper kan de eigen rekenregels van de richtlijn toepassen of kijken naar Plaxis resp. het Britse BR470. In Nederland is echter meer dan elders sprake van het gebruik van (dragline-) schotten en de regels strekken zich anders dan in het BRE-rapport zich ook daartoe uit.

Opdrachtgever

Op bouwplaatsen is het een komen en gaan van aannemers, onderaannemers, leveranciers transportbedrijven en toezichthouders. Zij dienen zich soms gelijktijdig aan zodat diverse bedrijven gelijktijdig werkzaam zijn. Maar veel meer is er sprake van volgtijdigheid. Niet zelden is het funderingsbedrijf een van de eerste bedrijven die hun opwachting maken. Alhoewel er ook een eigen verantwoordelijkheid is aan de kant van de funderingsaannemer (met name voor de veiligheid en arbeidsomstandigheden van de eigen werknemers en het vooraf aanleveren van gegevens betreffende de in te zetten machine(s) bij de hoofdaannemer), is het vooral de opdrachtgever die in de ontwerpfase verantwoordelijk is voor de organisatie van het werk. Deze functie wordt vervolgens vaak overgenomen door een aannemer of een combinatie van aannemers (de hoofdaannemer), waarvan er een meestal de rol van V&G-coördinator toebedeeld krijgt.

In de UK gaat men zonder meer uit van het optreden van een hoofdaannemer (Principal Contractor – men hangt daar nog veel meer aan hem op dan hier te lande gebruikelijk is), in Nederland is dat echter lang niet altijd het geval, met name bij D&C- en vergelijkbare geïntegreerde contracten. Omdat in de Nederlandse arbowetgeving het begrip hoofdaannemer niet voorkomt, is er voor gekozen in het bouwterreincertificaat te spreken van de opdrachtgever. Dit is dan veelal de ‘opdrachtgever van de onderaannemer’.

Contractueel

Het fenomeen bouwterreincertificaat zal gaandeweg ook een contractuele status krijgen. Funderingsbedrijven zullen zeker een beroep gaan doen op hun hoofdaannemer om een bouwcertificaat af te geven. Vanuit een wederzijds gevoelde verantwoordelijkheid van partijen om de veiligheid en gezondheid van de eigen werknemers, de werknemers van anderen en de omgeving te waarborgen, zal men over en weer willen vastleggen wat daarvoor nodig is. Het wordt een samenspel om wederzijds tot een optimaal werkterrein te komen. Het certificaat is een eenzijdige verklaring, dus geen contractstuk, maar in de nieuwe algemene voorwaarden voor de aanneming van funderingswerken (AVAF 2016) zijn wel bepalingen ten aanzien van het bouwterrein opgenomen.

In de daarin van toepassing verklaarde SBRCURnet-richtlijn heeft het bouwcertificaat een plaats gekregen.

——————————

AVAF 2016

Artikel 5. Bouwterrein

5.1 De opdrachtgever zorgt voor een goede toegankelijkheid en begaanbaarheid van het bouwterrein, of in geval van waterwerk voor de bevaarbaarheid naar en op het werkterrein, voor het vervoer van materieel, materialen en personeel. De kosten van eventueel noodzakelijke voorzieningen om het terrein begaanbaar en geschikt te maken voor de uitvoering van de werkzaamheden door de opdrachtnemer zijn voor rekening van de opdrachtgever.

5.2 Het bouwterrein zal door of namens de opdrachtgever voldoende worden geïnspecteerd en onderhouden en zal, waar nodig, zodanig worden hersteld dat de draagkracht gedurende de werkzaamheden gewaarborgd blijft. Zo nodig wordt hiervoor door of namens de opdrachtgever een nieuw terreininrichtingsplan inclusief bijbehorende draagkrachtberekening opgesteld. De opdrachtgever zal daarbij de SBRCURnet Richtlijn 689:2016 ‘Begaanbaarheid van bouwterreinen’ in acht nemen.

——————————

Het certificaat

Het certificaat is een verklaring van de opdrachtgever (in veel gevallen dus de hoofdaannemer), dat het bouwterrein, zoals in het certificaat omschreven, zodanig is ontworpen en aangelegd, dat de werkzaamheden met het materieel zoals in het certificaat benoemd veilig kunnen worden uitgevoerd. ‘Het bouwterrein zal door of namens de opdrachtgever voldoende worden geïnspecteerd en onderhouden en zal, waar nodig, zodanig worden hersteld dat de draagkracht gedurende de werkzaamheden gewaarborgd blijft.’

Na een ontgraving of beschadiging moet het bouwterrein op basis van het oorspronkelijke of een nieuw ontwerp inclusief draagkrachtberekening worden aangepast of hersteld. Voordat met de werkzaamheden op het terrein wordt begonnen moet een kopie van dit certificaat ondertekend door een bevoegde persoon door of namens de opdrachtgever aan iedere gebruiker van het bouwterrein worden verstrekt.

Handleiding

Het bouwterreincertificaat is een tamelijk beknopt document, maar hieraan is een handleiding toegevoegd met een aantal spelregels. Zo wordt uitgebreid ingegaan op de specifieke gevaren verbonden aan de inzet van zware machines voor de begaanbaarheid van het bouwterrein en de stabiliteit van de machines. Voor het bouwterrein moet een gespecificeerd ontwerp worden gemaakt voor de totale duur van het werk. Onder omstandigheden moet het ontwerp worden herzien of aangepast.

En nu de praktijk

De praktijk is nu aan het woord. Het is aan te raden en te hopen dat de diverse betrokken partijen van deze ontwikkelingen kennis nemen en tot oplossingen komen. De tools zijn inmiddels voorhanden. Enerzijds het bouwterreincertificaat met de daarin opgenomen handleiding en anderzijds de SBRCURnet-richtlijn 689:2016, die als het goed is inmiddels verkrijgbaar is. Beide documenten verwijzen naar elkaar en kunnen de basis gaan vormen van wat alle betrokkenen zonder meer wensen: minder tot geen ongevallen als gevolg van een slechte ondergrond en goede resultaten van alle verrichtingen.

De brochure ‘Het Bouwterreincertificaat (BTC) Nederland’ kan hier beneden worden gedownload.

Brochure Bouwterreincertificaat Nederland download ‘Brochure Bouwterreincertificaat Nederland.pdf’